Haken

Haken

Haken is net zoals breien een techniek om kleding en/of accessoires te maken. Je haakt met behulp van haaknaalden en garen. Haken is een manier van lussen in elkaar haken die samen een patroon vormen. Met haken kan je zowel knuffels, dekens en truien maken. Dat maakt haken een diverse hobby met veel verschillende technieken en steken. De belangrijkste steken zijn losse en vasten. Deze twee steken worden in bijna elk patroon toegepast.

Met haken kan je veel verschillende dingen creëren, van mutsen tot knuffels en van dekens tot interieur decoraties. Zo is haken erg veelzijdig en zijn er veel manieren om dit te doen. De beste manier om het te leren is via een cursus, van youtube of van een haakboek. Hier staat meestal stap voor stap in beschreven wat je moet doen en op welke manier.  

Losse

Een losse is een steek die een ketting vormt. Zoals de naam al zegt zit een losse dus niet vast en kan je gemakkelijk een ketting maken. Vingerhaken is bijvoorbeeld precies hetzelfde als een ketting, het verschil is dat vingerhaken met de vingers wordt gedaan en een losse op een haaknaald wordt gemaakt.

Vaste

De vaste is de meest gebruikte steek in patronen. Het is “de basissteek” en niet moeilijk om te leren. De vaste is een kleine, compacte steek die vooral wordt gebruikt bij het haken van knuffels. De steek zorgt voor stevigheid en dichtheid in je werk.

Halve vaste

De halve vaste is een kleine steek die vaak gebruikt wordt aan het einde van een patroon of om dingen samen te haken.

Stokje

Een stokje is ook een veel gebruikte steek. Het is een grotere en lossere steek dan een vaste. Deze steek wordt vooral veel gebruikt in dekens, sjaals en kussens.

Tunisch haken

Ook zijn er, zet zoals bij breien, verschillende technieken met haken. Je kan bijvoorbeeld rondhaken door middel van een magische ring of recht haken door middel van een losse ketting. Ook is tunisch haken een steeds populairdere techniek.

Tunisch haken is eigenlijk een voorloper van zowel haken en breien. Het is dan ook een mengeling van alle bij. Je maakt een lapje met een haaknaald, die wel bevestigd is met meerdere steken aan de haaknaald. Net zoals bij haken en breien zijn er verschillende steken die allemaal een eigen effect hebben om het werk.

In de heengaande rij worden de steken gemaakt en in de teruggaande rij worden ze afgemaakt. Je kan ook rond haken met tunisch haken, dit wordt gedaan met een dubbele haaknaald. Je haakt eerst aan de ene kant van je haakwerk en vervolgens draai je je werk om om aan de andere kant door te gaan.

Patroon afkortingen

Ook voor haken zijn er afkortingen gemaakt om het patroon lezen sneller te laten verlopen. Elk patroon heeft zijn eigen afkortingen, dit staat meestal aan het begin van het patroon vermeldt. Hier staan de meest gebruikte afkortingen op een rijtje:

s. Steek
t. Toer
l. Losse
hv. Halve vaste
v. Vaste
hst. Half stokje
st. Stokje
dst. Dubbel stokje